Home » Artikelen » Het weer nader verklaard: voor altijd zomertijd?

Het weer nader verklaard: voor altijd zomertijd?

As het aan de meeste Europeanen ligt blijft het voortaan altijd zomertijd. Ruim 80% van de Europeanen die op initiatief van het Europees Parlement zijn ondervraagd is tegen het tweemaal jaarlijks verzetten van de klok. De meerderheid heeft het liefst ook dat ook in de winter de zomertijd van kracht is. Volgens het Europarlement is afschaffing van de wintertijd nog lang geen gelopen race. De enquête is geen referendum en er volgt eerst nog grondig onderzoek naar het nut van de zomertijd en de effecten daarvan voor de samenleving alvorens een voorstel kan worden voorgelegd aan het Europees Parlement. Een lange weg te gaan dus nog.

Tekst: Harry Geurts

Voorstanders van de zomertijd wijzen steeds weer op het voordeel van de lange zomeravonden, tegenstanders op de slaapproblemen die sommige mensen hebben.

Geschiedenis van zomertijdEn eerlijk is eerlijk, als avondmens heb ik ook altijd moeite met het uur eerder opstaan eind maart. Toch moet ik er niet aan denken dat de zomertijd niet meer zou bestaan. Het is toch heerlijk om zoveel mogelijk te kunnen genieten van de lange zomeravonden en wat hebben we eraan als het in het holst van de nacht licht wordt. Zonder zomertijd zou het in Utrecht in juni al om 4 uur in de nacht licht worden. ‘s Avonds om 9 uur zou het al gaan schemeren, het moment waarop de meeste Zuid-Europeanen aan tafel gaan. Dat levensritme past beter bij het warmere klimaat van Zuid-Europa en door de opwarming van het klimaat in de komende decennia wellicht ook beter bij ons. Nu de zomer steeds eerder begint en langer duurt en de winter steeds minder voorstelt lijkt het me zeker een goed idee om de zomertijd ook in de winter aan te houden.

Dagelijkse gang van het weer

Het weer stoort zich uiteraard niet aan het verzetten van de klok. Wel schuift de gemiddelde dagelijkse gang van weersverschijnselen een uur op. De hoogste temperatuur van de dag bijvoorbeeld wordt meestal enkele uren na het middaguur bereikt, maar door de zomertijd valt het warmste moment gemiddeld tussen 16 en 17 uur. Ook de laagste temperatuur van het etmaal wordt na het verzetten van de klok in het voorjaar later bereikt, zodat de dag in het algemeen koeler begint en ochtendmist of gladheid langer hinderlijk kunnen zijn. Dat kan wel een nadeel zijn wanneer de zomertijd ook ’s winters blijft bestaan. Ook dat zal nader onderzocht moeten worden. De vraag is hoe groot dat effect werkelijk is en wat er nog van over blijft in de zachtere winters.

De dagelijkse gang is ook te merken in de vorming van wolken en buien (zware buien ontstaan vaak in de namiddag) en in de wind. Het dagelijkse verloop van de wind hangt samen met de temperatuur. De minste wind is zo’n 2 tot 3 uur na zonsopkomst te verwachten. De meeste wind 3 tot 4 uur na de hoogste zonnestand. Door de zomertijd wordt dat dus later.

Zomertijd al eeuwen oud

De zomertijd kent een langere geschiedenis dan vaak wordt gedacht. De invoering of liever herinvoering van de zomertijd dateert uit 1977 toen energiebesparing als argument werd opgevoerd vanwege de oliecrisis. Nieuw was het verzetten van de klok niet. Al in het begin van de vorige eeuw hield de Londense aannemer William Willet (1865-1915) een pleidooi voor de zomertijd. Voor hem was de verschuiving van de daglichtperiode het belangrijkste argument. De Amerikaan  Benjamin Franklin (1705-1790), bekend als de uitvinder van de bliksemafleider, schreef al in 1784 als één van de eerste  over een andere tijd in de zomer nadat hij op een ochtend toen hij vroeg uit de veren moest verrast was door het zonlicht. Mensen zouden volgens Franklin veel kaarsen en geld kunnen besparen als ze “een paar uur” eerder zouden kunnen leven. De ideeën van Franklin en Willet vonden geen navolging.

Elke plek zijn eigen tijd

Tot het begin van de 20e eeuw kende vrijwel elke plaats in Nederland zijn eigen tijd, omdat voor de tijdbepaling werd uitgegaan van de hoogste stand van de zon. Omdat de zon in het oosten opkomt en in het westen ondergaat, werd de hoogste zonnestand in het oosten van ons land een kwartier eerder bereikt dan in het westen van het land. De komst van de spoorwegen maakte invoering van een landelijke standaardtijd noodzakelijk. Van 1909 tot 1940 kende Nederland de "Amsterdamse tijd", die 20 minuten voorliep op de Europese tijd.

Overgang naar de huidige Middeneuropese Tijd (MET) vond plaats op 16 mei 1940. Op bevel van de Duitse bezetters werd de klok toen één uur en 40 minuten vooruit gezet. Die zomertijd bleef ook van kracht in de winters van 1941 en 1942. Pas in november 1942 werd de klok weer één uur teruggezet. In de jaren 1943-1945 gold alleen 's zomers de zomertijd, maar in 1946 werd deze voor een periode van ruim dertig jaar geheel afgeschaft. Voor de tijdrekening die we nu kennen is de aarde verdeeld in 24 zones, waarin een standaardtijd geldt. Als maatstaf (universele tijd) wordt de tijd van Greenwich in Engeland genomen. Nederland en het grootste deel van Europa liggen in de zone ten oosten daarvan, waarin het een uur later is dan in Greenwich en hier geldt de Middeneuropese Tijd en ’s zomers dus de Middeneuropese Zomertijd (MEZT).

Harry Geurts is oud persvoorlichter van het KNMI en redacteur van Het Weer Magazine.