Home » Rubrieken » Weerweetje

Weerweetje

Een bijzonder zware storm passeerde ons land op 2 en 3 januari 1976. In Geulhaven werd een windstoot van 148 km/uur gemeten. Tientallen meters duin verdwenen in zee. In België braken dijken door. De waterstanden bereikten hoogten tot bijna het niveau van de watersnood van 1953. In Drenthe werd een deel van de bossen geruïneerd. In Leeuwarden brak de torenspits van de Sint Bonifaciuskerk af.
Het is alweer 10 jaar geleden dat de wereld op Tweede Kerstdag werd opgeschrikt door een zeer krachtige vloedgolf die in vooral Indonesië en Thailand enorm veel schade veroorzaakte met meer dan 180.000 dodelijke slachtoffers. Het bijzondere aan de zeebeving die deze tsunami veroorzaakte, was de kracht (9.0 op de schaal van Richter, een zeldzaam zware kracht) en de plek waar de zeebeving plaatsvond. Veel gewone aardbevingen beginnen vele tientallen kilometers diep.
Op 13 november 1972 trok een zeer verwoestende storm over ons land. Er stond tijdens de ochtenduren een windkracht 11. Het hele kustgebied en vooral het noordelijke deel kregen het zwaar te verduren. Bij Cadzand werd een windstoot van 162 km/uur geregistreerd en in Eelde bedroeg de maximale windsnelheid 135 km/uur. Op Schiphol werd een krappe 125 km/uur gehaald. De totale schade werd begroot op 150 miljoen gulden en er vielen als gevolg van de storm 10 doden. Er sneuvelden veel bomen. 
Op elk willekeurig ogenblik komen er in de gehele wereld gemiddeld zo’n 1800 onweersbuien voor. Het meeste onweer komt voor in het gebied rond de evenaar tussen ongeveer 10 graden Noorderbreedte en 10 graden Zuiderbreedte.Ten noorden en zuiden van de poolcirkels onweert het zelden of nooit.Recordhouder is Kampala in Oeganda; hier onweert het in een jaar gemiddeld op 280 dagen. Ter vergelijking: in Nederland onweerthet gemiddeld op 30 dagen per jaar. 
Het blad van bomen verdampt veel water, dat ze vervolgensweer aanvullen met water uit de bodem. In de zomer zal dit opweinig problemen stuiten, maar in de winter ligt dit anders. Degrond kan dan bevroren zijn en ook de plant zelf kan vrijwelgeheel bevriezen, zodat de sapstroom tot stilstand komt.
Op 13 oktober 1975 keken veel mensen op deze dag ’s morgens vroeg verrast uit het raam. In grote delen van het land had het gesneeuwden vooral in het midden van het land was er sprake van een witte wereld, met een sneeuwlaag van 2 tot 3 centimeter.Overdag bleef het in eerste instantie koud, waardoor de sneeuw een grootdeel van de dag kon blijven liggen. Pas laat op de dag begon de sneeuw weg te smelten. Het was tot dusver de vroegste datum waarop er ergens in Nederland in het najaar een sneeuwdek werd gezien. De bomen stonden
Voor meteorologen is mist één van de meest lastige verschijnselen om goed in te kunnen schatten. Het is vaak zo dat het kritieke moment - waarbij de lucht nabij de grond zover afkoelt dat de relatieve vochtigheid op 100% uitkomt - net wel of niet bereikt wordt.Koelt het net niet voldoende af, blijft er te veel wind staan of schuift er op het laatste moment bewolking binnen, dan zal de mist zich net niet kunnen vormen en blijft het bij wat nevel. Aan de andere kant: brede opklaringen na regen in de nacht kan plotseling voor zich snel vormende mist zorgen. 
Zuiver water is kleurloos. Toch heeft het water uit zeeën en rivieren verscheidene kleuren, variërend van donkerblauw tot groen of grijsgroen. Over het algemeen geeft de zee de indruk blauw te zijn. Dit ontstaat doordat de rode deeltjes in het zonlicht het eerst in het water door slibdeeltjes worden geabsorbeerd, daarna door de aanwezige plankton en deels ook door het water zelf.
Waarom schitteren sterren
Het licht van de sterren wordt door de atmosfeer nooit geheel ongehinderd doorgelaten. Ook bij een schone atmosfeer is er enige schittering zichtbaar. De fijne lichtstralen van de sterren worden verstoord door afwisselende warme en koude luchtlagen in de atmosfeer, die een bepaalde turbulentie veroorzaken.
Ijsregen
In tegenstelling tot wat vaak beweerd wordt is ijsregen geen hagel of korrelhagel. Bovendien valt ijsregen nooit uit buienwolken. IJsregen komt voor tijdens en rond het invallen van de dooi. In dergelijke gevallen is de warmere lucht op enige hoogte al doorgedrongen, maar vriest het aan de grond nog steeds.

Pagina's

Subscribe to Weerweetje